Post Image

Interview met Felice Mazzu (Charleroi)

”In linkerkolom eindigen en ik stop met roken”

Het Laatste Nieuws*- 03 Okt. 2014

Ze zijn zeldzaam, de trainers die het maken in eerste klasse zonder noemenswaardige spelerscarrière. En nog zeldzamer als ze de zoon zijn van Italiaanse immigranten. Toch zien kenners in Felice Mazzu (48) na amper één jaar op het hoogste niveau al een toptrainer. We noteerden zijn uniek verhaal.

Wat heeft een journalist beter te doen op een zondagavond dan wat aan het rekenen slaan? Zo komt een mens al eens aan opmerkelijke conclusies. Dat Charleroi de ploeg in vorm is, bijvoorbeeld. Na een desastreuze start (1 op 12) pakte het in de laatste vijf wedstrijden tien op vijftien. Enkel Anderlecht doet nog een puntje beter. Felice Mazzu heeft voor licht gezorgd in het zwarte land. En voor iets wat op stabiliteit lijkt. Dus begonnen we met een quizvraagje.

Hoe lang is het geleden dat een trainer voor het tweede seizoen op rij de competitie begon bij Charleroi?

”Geen idee.”

Tien jaar.

”Jacky Mathijssen waarschijnlijk.”

Klopt. In Vlaanderen staat Charleroi bekend als een moeilijke club.

(zwijgt en lacht)

Wou u altijd al trainer worden?

”Ik wou vooral zelf in eerste klasse spelen, maar verder dan de reserveploeg van Charleroi ben ik nooit geraakt. Dus ging ik aan de universiteit lichamelijke opvoeding studeren. Tot voor kort was ik leraar LO. Vanaf mijn 26ste trainde ik een jeugdploeg in Nijvel. Via de trainersopleidingen van de Bond ben ik langzaam langs alle niveaus gegaan.”

Een universitair als trainer. Zo lopen er niet veel rond in eerste klasse. Helpt dat?

”Ja, onder andere om het fysieke aspect beter te begrijpen en ook dat pedagogische komt van pas voor de jongere spelers. Maar eigenlijk heeft mijn broer, die professor psychologie is aan de ULB, mij het meest geholpen. Met hem praat ik vaak over hoe je best met mensen omgaat. Daarom kies ik voor de individuele aanpak. Ik ga als coach heel veel af op mijn buikgevoel.”

Buikgevoel volgen in een voetbalwereld die alsmaar wetenschappelijker wordt, gaat dat nog?

”Ik wil aan mijn spelers en mijn club tonen dat ik hen graag zie. Dat ik dicht bij hen sta en goed communiceer. Ik weet dat dat niet de beste manier van werken is in een voetbalwereld waar het financiële domineert. Al merk ik wel dat ik de laatste twee maanden aan het veranderen ben. Helaas. Ik wil eigenlijk niet afstandelijker worden. Dat emotionele aspect zal nooit helemaal weggaan.”

Dat zullen misschien uw Italiaanse roots zijn. Hoe was het om op te groeien als kind van immigranten?

”Mijn vader is naar België gekomen om in de mijnen te werken. Nadien trok hij naar de glasfabriek van Glaverbel in Marcinelle. Hij verdiende omgerekend 1.250 euro en daarmee moest hij een gezin van vijf onderhouden. Wij waren arbeiderskinderen en woonden in een klein huisje, maar ik heb dat nooit als iets negatiefs ervaren. Mijn ouders hebben opofferingen gedaan. Zo was mijn vader al 53 toen hij zijn eerste auto kocht. Voordien wilde hij daar geen geld aan geven zodat hij ons kon laten studeren. We hadden geen recht op een mislukking. Niet slagen was stoppen met studeren. Ik ben zelf ook elk weekend en in de vakanties gaan werken. Het maakt dat ik de dingen redelijk goed kan relativeren. Mijn eerste jeans kreeg ik op mijn vijftiende. Tot dan ging ik in linnen broeken naar school. Daar werd mee gelachen, maar we konden die jeansbroeken gewoon niet betalen. Nu heb ik zoveel jeans als ik wil. Ik heb een auto en kan op restaurant gaan. Maar mijn verleden blijft heel belangrijk.”

Hebt u het dan moeilijk met die voetballers van tegenwoordig?

”Ja (zucht). Ze worden geboren, gaan een beetje naar school, maar verder hebben ze alleen maar gevoetbald. En ze verdienen makkelijk geld. Ik zou ze allemaal graag een week naar de fabriek sturen. Zodat ze zouden weten hoe bevoorrecht ze zijn, maar goed, ik kan het hen niet kwalijk nemen. Ze hebben nooit een andere wereld gekend.”

Is bevestigen als trainer in eerste klasse moeilijker dan debuteren?

”Alleen de verwachtingen zijn nu anders. We pakten afgelopen weekend een punt in Genk. Vorig jaar was dat nog iets speciaal. Nu zorgde dat hier en daar voor ontevreden reacties.”

De verwachtingen zijn ook anders omdat uw naam al geciteerd werd bij grotere clubs, zoals AA Gent.

”Geciteerd, dat zegt u goed. Niet meer dan dat. Al maakt me dat wel een beetje fier. Want van waar ik kom, had ik zelfs nooit gedacht dat mijn naam ooit zou geciteerd worden bij Gent of Standard.”

Bij Standard kon u zelfs beginnen, maar u verkoos om bij tweedeklasser Woluwe te blijven.

”Ik weet dat negen op de tien trainers hun contract in dat geval zouden verbreken. Maar ik wil correct zijn. Ook al zullen mensen me een dwaas vinden om die kans te laten liggen.”

Uiteindelijk ging Woluwe failliet en zat u zes maanden werkloos thuis.

”Ik had nog wel wat spaargeld. Toen John Bico (manager van de Hazards, red.) de club overnam, heb ik nog al mijn achterstallig loon gekregen. Vrouwen hebben niet graag dat hun man werkloos thuiszit, terwijl zij moeten gaan werken. Dat gaat niet voor een macho, hé?”

Bent u dan een macho?

”Ik denk dat veel mensen dat denken. Ik ben een Italo-Belg en Italianen hebben nu eenmaal dat imago. Ik praat en lach veel en ik geef graag complimenten aan mooie vrouwen. Zonder meer. Maar ben ik daarom een macho? Ik denk het niet. Macho’s zijn diegenen die jou berichten stuurden. Dat zou ik nooit doen. (hilariteit) Die zes maanden heb ik gestofzuigd, boodschappen gedaan en gekookt. Absoluut geen macho dus.”

Kreeg u vorig seizoen nachtmerries toen Charleroi na een goed seizoen toch gevaarlijk afgleed naar de bodem? Als het nog mislukt, zal iedereen me vergeten, zei u tegen een collega.

”Tot december waren we goed. In januari vertrokken veel spelers (Pollet, Milicevic, Kaya, red.), plots verloren we al onze matchen en kwam Leuven tot op vier punten. Dat was even stressen. Ik begon te twijfelen. Als een trainer in zijn eerste jaar op het hoogste niveau meteen zakt, is de kans klein dat een andere eersteklasser nog aan hem zal denken. Bovendien zou ik dat ook erg gevonden hebben voor Mehdi Bayat, die me een kans had gegeven. Trainer zijn in eerste klasse is mijn geluk. Een droom. Als dat morgen gedaan is, heb ik mijn droom al gerealiseerd. En kan ik terug naar mijn oude, gewone leven.”

Dat zegt u nu wel heel gemakkelijk.

”Voetbal is belangrijk voor mij. Het is mijn passie, anders hou je het niet uit als trainer. Maar het voordeel is dat ik een ander leven heb gekend. Ik ben vast benoemd als leraar en heb nu loopbaanonderbreking. Nog vier jaar. Dan moet ik terugkeren of in het voetbal blijven. Voorlopig kan ik het nog relativeren. Ik heb veel respect voor Francky Dury. Wij zijn de enige trainers in eerste klasse die een normaal leven hebben gekend, die hebben gewerkt voor een normaal loon. Hij bij de politie, ik in het onderwijs. Hij maakt dat ik er ook kan in geloven.”

U bent alvast begonnen met Nederlandse les. Daar spreekt ambitie uit.

”Ik doe dat op zondagmorgen. Er werd toch geschreven dat ik niet naar Gent kon omdat ik geen Nederlands sprak (lacht). Maar ik denk niet dat Gent een trainer zal aanwerven die nog maar zo weinig heeft bewezen als ik. Ik zal eerst iets moeten winnen. Of iets speciaals doen.”

U hebt wel een speciale stijl, hoor ik.

”Soms geef ik theorie voor de match die eigenlijk niets met voetbal te maken heeft. Bij Woluwe heb ik voor de bekermatch tegen Lokeren nauwelijks iets over ons of de tegenstander gezegd. Wel heb ik een video getoond van een man zonder armen en benen die een auditorium toesprak. ‘Het is niet makkelijk om op te staan’, zei hij onder meer. ‘Maar je moet wel blijven proberen. Misschien wel duizend keer.’ Een speler sprong recht en begon te schreeuwen, omdat hij zo aangedaan was. Op die manier zette hij een winning spirit over op de groep. We hebben Lokeren uitgeschakeld, nadat we het weekend ervoor nog verloren hadden van de laatste. Ik geloof dat het mentale aspect belangrijker is dan tactiek. Want je kan voor de match wel zeggen dat de tegenstander de week voordien zo of zo heeft gespeeld. Dat scenario herhaalt zich zelden. Pas op, vroeger deed ik dat ook hoor, veel tactiek geven. Nu vind ik dat je spelers niet mag volproppen met zinnen, ideeën en beelden.”

Nochtans staat u wel bekend als een tactisch sterke trainer.

”Natuurlijk heb je de basisprincipes. Maar tactiek is toch vooral belangrijk als je tegen een ploeg speelt die op papier sterker is dan de jouwe, omdat je dan op individueel vlak het verschil niet kan maken. Dan heb je alleen maar het collectief als wapen. Zo hebben we vorig seizoen in Charleroi ook Anderlecht geklopt.”

U hebt wel één gewoonte die me tegenvalt. U rookt. Dat zie ik niet veel trainers doen.

”Helaas wel. Daar ben ik nochtans pas op mijn 27ste mee begonnen. Ik weet zelfs niet meer waarom. Op matchdagen overdrijf ik met dat roken. Dan gaat er een pakje door. Ik heb tegen mijn spelers gezegd dat ik stop als we ons in de linkerkolom nestelen.”

Binnenkort, als jullie zo verderdoen.

”Maar niet één week, hé. Echt nestelen.”

Gerelateerde artikels