Nina

Ze proefden al van hun eerste successen. Nu willen ze meer. Veel meer. In hun dromen kleurt de toekomst brons, zilver, maar liefst van al goud. Hou ze in de gaten, want deze zes revelaties zullen ons ongetwijfeld nog veel mooie sportmomenten bezorgen

Post Image

De nieuwe sportbeloftes

Lorem ipsum dolor sit amet consectetur

Emma Plasschaert (20) uit OostendeStudeert landmeetkunde

Werd in 2013 tiende op haar eerste WK voor senioren in Rizhao (China)

Wil België dit jaar op het WK in Santander (Spanje) kwalificeren voor de Olympische Spelen in Rio

“Zeilen is heel duur. Dat is de reden waarom zo weinig mensen in België zeilen. Een startersbootje kost 1.800 euro. Dan is er nog het lidgeld. De trailer waar de boot ligt. Het inschrijvingsgeld, het trainingsgeld. Je moet eigenlijk al van goeden huize zijn om dat allemaal te kunnen betalen. Maar denk nu niet dat wij rijk zijn. Ik krijg gelukkig steun van BLOSO zodat ik er zelf niets meer moet insteken. Mijn boot kost nu 6.000 euro en dat is nog een van de goedkoopste. Ik verdien ook niets met mijn sport. Omdat het voor tv moeilijk in beeld te brengen is, gaat er weinig geld in om. Ik krijg enkel een onkostenvergoeding. Maar je doet het niet voor het geld. Het is een passie. Een normaal leven is sowieso niets voor mij. Onze zeiltrainingen doen we nooit in België. Daarvoor is het weer hier te slecht. Dus zit ik gemiddeld 220 dagen per jaar in het buitenland. Momenteel heb ik geen vriend, maar het zou wel handig zijn, mocht ik iemand vinden die ook zeilt. Dan kunnen we toch nog veel samen zijn, want anders zou mijn vriend vaak alleen in België moeten blijven.”

Niet sexy

“Eigenlijk zit ik liever op het water dan op het land. Zeilen is de natuur leren begrijpen. Weten hoe de wind werkt en wat het landschap met die wind doet. Het is geen brute krachtsport, want je moet ook strategisch en tactisch denken. En mentaal sterk zijn, want onze wedstrijden lopen over zes dagen in twee reeksen per dag. Voor een vrouw is het eigenlijk niet zo ideaal. Dit jaar heb ik nog nooit zo hard getraind en dan zie je die spieren verschijnen. Het is best wel confronterend, als ik niet meer in een T-shirt kan, omdat mijn armen weer dikker zijn geworden. Je wil gespierd zijn, maar als ik een kleedje draag, zie je dat ook heel erg. En eigenlijk zou ik nog vijf kilo moeten bijkomen. Want hoe meer wind, hoe schuiner je boot gaat liggen en hoe meer tegengewicht je moet kunnen geven. Maar vijf kilo spieren komen er niet zomaar bij. We verbranden ook 3.500 calorieën, als we drie uur op het water liggen. Ik mag dus eten wat ik wil, ik train het er allemaal weer af. Welke vrouw kan dat zeggen? Aan de andere kant is zeilen niet de meest sexy sport. Zo hebben we altijd een pak aan waarin we volledig bedekt zijn, anders verbranden we in de zon en zouden we overal schuurwonden hebben. Die pakken maken je dik. Al ben je daar op het water niet mee bezig.”

“Evi Van Acker en ik trainen altijd samen. We hebben het dan wel eens over knappe zeilers. Er blijft geen topic onbesproken. Het zeilen is vooral een mannenwereld. Ik ben ook nog bij de jongsten, maar ik denk wel dat ze me serieus nemen. Maar jong of niet, op het water gaat het er keihard aan toe. Daarvoor moet je een hard karakter hebben en daar heb ik moeite mee. Eigenlijk ben ik te braaf. Op het water mag je niemand een plezier gunnen. Als je voor een andere boot kan geraken, moet je dat doen. Ik redeneer nog te veel van: oei, dat is te grof. Terwijl het wel mag. Maar harder worden, daar kan je op trainen.”

Pieter Timmers (26) uit Antwerpen

Fulltime topsporter

Haalde in 2013 samen met de aflossingsploeg (4×50 m vrije slag) brons op het EK korte baan in Herning (Denemarken) en werd eind 2012 vice-Europees kampioen op de 200 meter vrije slag in Chartres

Wil in 2016 het podium halen op de Olympische Spelen in Rio

“Ik ben eigenlijk een laatbloeier. Nochtans zou ik op mijn zes jaar gezegd hebben dat ik Fred Deburghgraeve wou worden. Mijn papa heeft dat onthouden. Ik niet. Misschien omdat het toen niet realistisch was. Ik ben pas doorgebroken op mijn 22ste. Daardoor heb ik nooit meegedaan aan EK’s of WK’s voor beloften. Ik was blijven plakken in ons zwembad van 20 meter bij zwemclub De Beringse Tuimelaars. Tot ik me afvroeg wat het zou geven, mocht ik even veel trainen als de jongens waar ik in de wedstrijden net achter finishte. Daarom vertrok ik op mijn 21ste naar Eindhoven, dat een sterke reputatie heeft. Drie jaar later stond ik in Londen met de aflossingsploeg in een olympische finale. Leuk detail: ik werd uitgeroepen tot nummer zes in de top tien van mooiste buikspieren van de Spelen. Onbelangrijk, maar mooi meegenomen. Nu is het doel om ook medailles te pakken op de Spelen en andere kampioenschappen, al is de concurrentie dodelijk. Zwemmen is na atletiek de tweede meest beoefende sport ter wereld. En toch is het podium halen realistisch. Ik zie nog veel progressie.”

Geduldige vriendin

“Ik train keihard. Iedere dag sta ik om twintig na vijf op en om zes uur lig ik in het water. Als ik te moe ben, duwt mijn vriendin me uit bed. Mijn leven kan je spartaans noemen. Ik train 28 uur per week: tien zwemtrainingen en drie krachttrainingen. Soms wil mijn lichaam niet meer en heb ik overal spierpijn. Door die vermoeidheid ben ik echt prikkelbaar. Als mijn vriendin dan nog maar iets simpels vraagt, kan ik al uit mijn krammen schieten. Een wijntje drinken is not done. Eens samen naar de film gaan of op restaurant kan soms, maar vaak niet. Ik weet dat het waarschijnlijk stom klinkt, maar in de bioscoop zou ik kunnen ziek worden van de airco. Voor haar is het op een bepaalde manier een opoffering om met me samen te zijn. Eigenlijk leeft zij op mijn ritme. Ze zit veel alleen thuis, als ik in het buitenland ben om te trainen of voor wedstrijden. Dat is niet zoals voetbalvrouwen die overal meekunnen. Die hoeven niet te gaan werken en verlof aan te vragen. Bij ons is het ingewikkelder. Ik heb mijn doel. Ik kies ervoor. Mijn vriendin gaat daarin mee. Door haar drukke job in combinatie met mijn agenda en de zorgen voor mij, moet ze zich vaak in bochten wringen en is planning hét codewoord.”

“We denken al aan kinderen, maar dat kan nog niet. Mensen zouden dat ook niet

Gerelateerde artikels