Post Image

Interview met Ingrid Vanherle

“Vrouwenvoetbal mag best wat SEXYER”

 

Wie zei daar ook al weer dat vrouwen niets van voetbal kennen? Dat moeten mannen zijn die op Mars leven. Tegenwoordig is vrouwenvoetbal de snelst groeiende teamsport ter wereld. Ook in België kreeg het de laatste jaren een boost door de Women’s BeNe League, de competitie die Belgische en Nederlandse ploegen verenigt. Aan het hoofd staat Ingrid Vanherle (44), ex-international en nu de voortrekker van het vrouwenvoetbal.

Kunnen vrouwen voetballen? Mogen vrouwen iets over voetbal zeggen of schrijven? Hebben vrouwen eigenlijk wel iets te zoeken in de voetbalwereld tout court? Anno 2014 blijven de meningen verdeeld. En toch is er al een hele weg afgelegd, zegt Vanherle. “Tijdens de oorlog was vrouwenvoetbal heel populair. Nadien hebben mannen dat verboden, omdat ze zich meer voelden dan een vrouw. Toen ik jong was, was ik vicekampioen in het turnen, maar dat was mijn ding niet. Ik wou voetballen. Dat kon toen niet bij een club, dus speelde ik op straat. Het is heus nog niet zo lang geleden dat meisjes bij de clubs niet mochten meedoen met de jongens. Als meisjes vroeger graag wilden voetballen, was de eerste reactie van de ouders: ‘Oh my god, waar komt ze nu mee af?’ Dat begint te veranderen, al is er nog veel werk.”

Geeft de vibe rond de Rode Duivels geen duwtje in de rug?

“Daar kunnen we inderdaad een beetje mee van profiteren. Maar je mag doen wat je wil, wat het beste werkt, is eigen sportief succes. Wie kende vroeger hockey? Ik had nog nooit een match gezien, maar ze kwalificeren zich voor de Olympische Spelen en dan ga je toch eens kijken.”

Waarom doen mensen volgens jou soms nog wat neerbuigend over vrouwenvoetbal?

“De fout die de meesten maken, is dat ze gaan vergelijken. Dat doen ze nochtans niet in andere sporten. Niemand heeft ooit gezegd dat Justine Henin niet kon tennissen, omdat ze van het nummer 100 bij de mannen zou verliezen. Iedereen was het erover eens dat ze goed was. Je mag dus niet naar het vrouwenvoetbal gaan kijken en een mannenmatch verwachten.”

Heb je zelf veel weerstand ondervonden?

“Ooit wou ik de versnelde A-cursus voor trainers volgen. Dat kon ik normaal doen als international, maar de bond antwoordde dat ik niet mocht deelnemen omdat ik een vrouw was. Dat stond nochtans nergens in de reglementen. Omdat ik de eerste was en het vrouwenvoetbal nog niet zo bekend, was die aanvraag natuurlijk een revolutie. Nu mogen vrouwen wel meedoen. Van al die vooroordelen heb ik me persoonlijk nooit veel aangetrokken. Daar mochten zelfs honderd mannen staan die zeiden dat voetbal niets voor vrouwen was. Ik had het geluk dat ik vrij goed kon spelen, dus ik daagde hen graag uit. ‘Oké, kom dan maar eens sjotten tegen mij.’ Al weet ik wel dat andere meisjes er wel last van hadden.”

Er zijn natuurlijk wel wat clichés.

“Ik weet het. In mijn tijd waren er weinig meisjes die voetbalden. Dus als mensen al over vrouwenvoetbal gehoord hadden, was het op een negatieve manier. Je weet wel, ‘de manwijven en de lesbo’s’. Als vrouwenvoetbal vroeger in de media kwam, was het omdat er een lesbisch koppel in de nationale ploeg betrapt was en daardoor naar huis gestuurd werd. Dat stadium zijn we voorbij. Als er nu over het vrouwenvoetbal wordt geschreven, is het om de juiste reden. Al kan het nog beter. Ik vind imago bijvoorbeeld belangrijk. Als een merk als Porsche zegt dat ze hun imago sexyer willen maken, wordt dat aanvaard en komt er geen commentaar. Als ik zeg dat het vrouwenvoetbal best wel wat sexyer mag, krijg ik een golf van kritiek. Daar moet ik intern echt mee opletten.”

Ik ben nochtans zeker dat de buitenwereld daar absoluut geen probleem mee zou hebben.

“Ik zeg natuurlijk wel tegen de meisjes: sexy zijn is niet het allerbelangrijkste. Of maak van sexy aantrekkelijk. Serena Williams is geen mooie vrouw, maar ze kleedt zich wel aantrekkelijk. Ze besteedt daar aandacht aan en krijgt op die manier ook meer aandacht van de media. David Beckham was ook niet de beste voetballer aller tijden. Imago maakt voor een klein stukje deel uit van de sport, maar sommige speelsters hebben het daar moeilijk mee. Ze vinden dat de mensen moeten komen kijken voor de sport en niet omdat ze er goed uitzien. Mja, bij atletiek komen de mensen ook voor de sport, maar hebben de atleten wel hun nagels gelakt en zien ze er goed uit.”

Vrouwen die in oversized truitjes voetbal spelen, daar wil toch niemand naar komen kijken?

“Vroeger voetbalden wij in patattenzakken. Ik heb zelfs meegemaakt dat ik in de zak van een trainingspak de identiteitskaart van Olivier Doll vond. Best grappig. Wij moesten dus met de overschotjes van de mannen spelen. Nu hebben de speelsters zelf kleren.”

De BeNe League is opgericht om het niveau op te krikken. Hoe goed zijn onze speelsters nu eigenlijk?

“Nederland staat verder dan België, maar in die twee jaar dat we nu bezig zijn, is het Belgische niveau onmenselijk snel vooruit gegaan. De Belgische clubs spelen tegen betere ploegen, dus moeten ze meer en beter trainen. Er is nog altijd een verschil. Maar het eerste jaar konden de Belgen één match op vijf winnen tegen Nederlandse ploegen. Nu is dat 48 %. Zij hebben natuurlijk wel 132.000 meisjes die voetballen. België heeft er 20.000. Uit de evaluatie van de BeNe League is gebleken dat ons initieel doel om het niveau te verhogen, bereikt is. Nu is er de intentie om na dit seizoen – als de proefperiode met UEFA afloopt – verder te doen voor een periode van drie jaar. Daar hebben we een werkgroep voor opgericht. Op internationaal niveau hebben de Belgische nationale U19 zich voor het tweede jaar op rij geplaatst voor het EK, dat was voordien nog nooit gebeurd.”

Steven Martens had een plan om het aantal voetballende meisjes en vrouwen op te trekken naar 35.000. Dat lijkt nogal ambitieus. Zal dat lukken?

“Dat is een werk van lange adem. De bondscoach van de vrouwenploeg en ik waren de eerste mensen die full time op de bond kwamen werken voor het vrouwenvoetbal en dat is nog maar twee jaar geleden. Samen met onder andere voetbalster Niki De Cock proberen we overal in het land promotie te voeren, maar daar is tijd voor nodig.”

Geef ons eens een reden om voor het vrouwenvoetbal naar de stadions te trekken.

“Vrouwen zijn over het algemeen intelligenter dan mannen, dus het tactisch spel wordt bij de vrouwen goed uitgevoerd. En het allerbelangrijkste is misschien dat er in vrouwenvoetbal heel weinig gefaket wordt. Je ziet geen schwalbes. Het is nog puur. Een penalty uitlokken in het vrouwenvoetbal bestaat niet. Als een vrouw valt, weet je voor 99% zeker dat het penalty is. Roland Duchâtelet heeft een vrouwenploeg bij Standard. Wat hem zo boeit, is dat die meisjes zo passioneel bezig zijn met hun sport en dat hij daar nog de echte waarden van het voetbal ziet. Dat verlies je soms in het mannenvoetbal, omdat geld daar de drijfveer is. Roland komt af en toe naar de vergaderingen van de BeNe League, in tegenstelling tot vele andere voorzitters. De hele mannenploeg van Standard is trouwens ook naar de CL-match van de vrouwen komen kijken. Guy Luzon zat achter mij en ik hoorde hem toch zeggen: amaai, die vrouwen kunnen spelen. Hij ging echt op in die match. Voor hem was dat een positieve ontdekking.”

Kijken vrouwen anders naar het voetbal dan mannen?

“Een vrouw kan even goed tactisch analyseren, maar let op andere dingen. Als voetballers op het WK een bal met buitenkantje rechts spelen, zullen mannen dat prachtig vinden. Terwijl ik dan eerder zal zeggen dat het simpeler is om met links te spelen. Op dat niveau moet je toch tweevoetig zijn? Samen met mijn partner, die ook actief is

in de voetbalwereld, kijk ik vaak naar wedstrijden en ik heb dan bijvoorbeeld sneller door wanneer een speler licht geblesseerd is. Ik kijk namelijk niet alleen naar de bal, maar ook naar hoe een speler beweegt. Hij staat er dan telkens van versteld: amai, heb jij dat nu weer gezien?”

Volgens mij ben jij dan echt de geschikte vrouw om in voetbaltalkshows à la ‘Extra Time’ te gaan zitten.

“(schiet in de lach) Ik zou dat in ieder geval niet erg vinden. In Wallonië zijn er vrouwelijke sportanalisten, net zoals in Nederland, Frankrijk en Duitsland. Vlaanderen loopt achter. Ik zou er echt geen schrik van hebben om op tv met Jan Mulder in discussie te gaan. Je moet je mannetje staan. Dat machogevoel van die mannen zegt nog altijd: wat komt die vrouw hier doen? Een vrouwelijke analist zal dus én iets van voetbal moeten kennen én er liefst goed uitzien én zich verbaal kunnen verdedigen. Tegenwoordig zitten er ook heel wat vrouwen in de stadions. De doelgroep is er dus wel. Ach, de voetbalwereld is nogal conservatief. Ook in het mannenvoetbal hoor. Kijk naar de doellijntechnologie. Hoe lang heeft dat niet geduurd? Als je iets nieuw wil proberen, heb je altijd meer tegen- dan voorstanders. Maar een keer ze veranderen, valt dat meestal wel positief uit.”

 

Het Laatste Nieuws

Vr. 05 Sep. 2014, Pagina 31

 

Gerelateerde artikels