Het Laatste Nieuws

Managers zijn ook gewone zielen, zelfs al staan ze aan de top bij Anderlecht. Dat durft een mens te vergeten tussen alle bakken kritiek en tonnen modder waarmee tegenwoordig gegooid wordt. Of dacht u dat Herman Van Holsbeeck (59) een pokerface heeft, een olifantenvel en een vrachtwagen om de bagger op te laden? De manager van Anderlecht stelt als mens zoveel meer voor. Gisteren liet hij zijn harnas voor één keer zakken voor een uniek gesprek over zijn leven. En dat heeft veel meer te bieden dan voetbal alleen

Post Image

Herman Van Holsbeeck: ‘Mijn beste beslissing ooit? Investeren in mijn relatie’

Lorem ipsum dolor sit amet consectetur

Het ene jaar is het andere niet. Dat mocht Herman Van Holsbeeck dit seizoen ondervinden. En toch: mislukte transfers, een trainer onder druk of spelers die beneden hun niveau acteren, niets kan de algemeen manager van Anderlecht uit zijn lood slaan. Deze week nog ging hij pal in de wind staan en laadde hij eigenhandig alle zonden van Israël op zijn schouders. Edelmoedig en stoer, maar zo plezant zal het wel niet altijd zijn.

Misschien was u toch beter bakker geworden, zoals uw ouders. Dat had u veel stress bespaard.

“Oh, maar de werkdruk in de bakkerij lag heel hoog. Ik had snel door dat dat niet het leven was dat ik wilde. Bakkers doen veel nachtwerk, vergeet dat niet. Ik heb geprobeerd om in de bakkerij te werken, maar mijn ouders begrepen snel dat ik de zaak niet zou overnemen. Toen ik vijftien jaar was, zijn ze gescheiden en is alles verkocht. Van die scheiding heb ik afgezien. Ik heb nu een fantastische relatie met allebei, maar op dat moment stond ik er een beetje alleen voor. Dat jaar heb ik ook moeten dubbelen op school, omdat ik minder in de gaten werd gehouden. Een kind van vijftien denkt dat het zijn ouders kan missen, maar dat is juist niet het geval. Je hebt stabiliteit nodig om door die apenjaren te geraken. Daarom begreep ik hier al snel dat jonge voetballers begeleid moeten worden en hebben we op Anderlecht een sociale cel opgericht. Ik zie meer en meer dat de begeleiding van jonge spelers naast het veld even belangrijk – zoniet belangrijker – wordt dan de begeleiding op het veld.”

U wou de werkdruk van de bakkerij niet, maar druk is er nu toch ook?

“Dat is anders. Ik ben altijd bezeten geweest door voetbal. Ik wou me er graag in bewijzen, want ik heb na het middelbaar niet verder gestudeerd. Na die scheiding was ik vooral met andere dingen bezig dan school, waardoor ik niet zo’n goede basis had. Op mijn achttiende ben ik meteen beginnen werken. Onderaan de ladder als bediende bij een bedrijf voor luchtvrachtverkeer. Toen voetbalde ik nog. Het hoogste wat ik bereikt heb, is tweede klasse met Oostende. Ik haalde ook mijn trainersdiploma, maar als coach ben je afhankelijk van de resultaten en de mensen die boven jou staan. Je verdient in vierde en derde klasse ook heel weinig in verhouding met het werk dat je erin steekt. Ik ben dan uit het voetbal gestapt. Ik wou me focussen op mijn werk en zien of ik het met hard werken verder kon schoppen in de maatschappij. Niet veel later begon ik als verkoper van appartementen bij het bouwbedrijf van Johan Vermeersch, die nadien RWDM overnam. Zo raakte ik toch weer bij het voetbal betrokken. Bij zijn bedrijf heb ik mijn huidige levenspartner Esmeralda leren kennen. Ik moet eerlijk toegeven dat ik lang gezocht heb naar een evenwicht op relationeel vlak. Dat heeft geduurd tot mijn veertigste. Daarvoor was ik getrouwd en kreeg ik drie dochters, maar ik ben dus ook gescheiden. Als manager denk je namelijk dat alles rond jou draait. Dat je de koning bent. Tot je beseft dat je ook in je relatie moet investeren. Dat is de beste beslissing die ik ooit heb genomen. Anders was ik op een dag in een leeg huis aangekomen.”

Heeft uw vrouw u daarop gewezen?

“Ja toch wel. Mannen zijn allemaal een beetje aan de egoïstische kant, maar ik ben fier dat alle puzzelstukken nu in elkaar passen. Ik zie mijn dochters toch één keer per week. In periodes dat je tonnen kritiek krijgt en er niets goeds meer aan je is, is het belangrijk dat je op een basis kan terugvallen. En dat is je familie. Mijn vader is 83 en leeft nog heel erg met me mee. In de familie was ik altijd een buitenbeentje. Mijn neven waren briljante studenten. Ik heb het uiteindelijk op mijn eigen manier gedaan.”

Was u gefrustreerd dat u geen diploma had?

“In de voetbalwereld is dat minder belangrijk, al heb ik mijn kinderen wel gepusht om studies te doen. Ik ben naar de universiteit van het leven geweest. Dat is een moeilijke universiteit, maar daar leer je het meest.”

Als ik zie wat clubmanagers allemaal moeten verdragen, denk ik soms dat jullie masochisten zijn.

“Ach, als manager moet je iets hebben dat verschilt van de gewone man. Niet dat ik op kritiek kick, maar mijn vrouw zegt dat ik op mijn top ben als het crisis is. Ik had dat al van jongs af aan. Als het moeilijk wordt, wil ik bewijzen dat ik er zal uitkomen. Dus ook nu wil ik bewijzen dat wij de besten zijn. Dat is op adrenaline. Weet je wanneer ik gezondheidsproblemen had? Vorig jaar, toen alles veel te goed ging. Vermoeidheid komt maar naar boven als de stress wegvalt. Natuurlijk heb ik liever geen crisis, maar ik weet hoe ik ermee moet omgaan.”

Na de nederlaag tegen Lokeren nam u alles op u. U gaf uzelf zelfs een nul op tien. Dat is wel heel kritisch.

“Ik zag dat de coach en de ploeg heel diep zaten. Ik wist dat de pers vragen zou blijven stellen over de positie van John, dus nam ik liever alles op mij. En ik kon mezelf toch moeilijk acht op tien geven nadat de tranfers van Batshuayi en Hazard mislukt waren? Zo’n uitspraak gaat dan zijn eigen leven leiden. Ik weet intussen dat ik goed moet nadenken over wat ik zeg. Plan A of B, daar zal je me niet meer over horen spreken. Je ziet: ik kan ook nog leren. Toen ik hier begon, vertelde ik dat Anderlecht voor mij gelijk stond aan champagnevoetbal. Dat is me blijven achtervolgen. In het begin werd ik enorm gemediatiseerd. Wie zegt dat hij dat niet leuk vindt, liegt. Intussen weet ik hoe het werkt.”

Uw ego moet niet meer gestreeld worden?

“We hebben allemaal een ego, maar het hoeft allemaal niet meer zo nodig. Vroeger ging ik nooit weg. Nu trek ik er af en toe drie of vier dagen op uit met mijn vrouw. Dat moet als je je carrière wil verlengen in deze job. Een keer als koppel aan je relatie werken en naar een toffe streek gaan. Ik hou heel erg van Biarritz in Frankrijk. Of we gaan eens naar Marbella, waar het bijna altijd mooi weer is. Voor vanavond (gisteren, red.) heeft mijn vrouw kaarten voor Witse. Ze wou dat we eens iets anders zouden doen. Zo iemand is belangrijk. De manager van de manager. Drie jaar geleden heb ik ook een hond gekocht voor mijn vrouw. Dat heeft mijn leven veranderd. Soms kom ik thuis van een zware dag en krijg ik van onze chihuahua een feestelijke ontvangst. Ongelooflijk. Die hond, mijn kleindochter, een glas wijn, een boek, een wandeling. Dat zijn veel kleine dingen die ik vroeger niet apprecieerde. Nu wel, met het ouder worden. Ik zag Willy Naessens in het tv-programma The sky is the limit. Hij zei iets heel belangrijks: ‘Wanneer je jong bent, wil je veel. En als je het hebt, zijn het de kleine dingen des levens die je moet koesteren.’ Dat is heel juist. In het begin van je carrière wil je geld en glorie, maar als je dan later niet kan genieten van die kleine dingen, ben je een sukkelaar.”

U leeft dus niet in een cocon?

“Als je club in een crisis zit en je kijkt op maandagavond om acht uur naar La Tribune op RTBf en om half tien schakel je over naar Extra Time, dan ben je pas een masochist. Ik lees op zo’n moment ook de lezersbrieven niet in de krant. Als je dat allemaal wel doet, krijg je een klop. Of je dat nu wil of niet. De media beseffen niet hoeveel pijn ze kunnen doen als mensen door het slijk worden gehaald. Je moet daar afstand van nemen. Voetbal is niet mijn hele leefwereld. Ik ben er ongelooflijk mee bezig, maar ik hou het gescheiden van mijn sociale leven.”

In uw periode bij Lierse hebt u ooit gezegd dat de voetbalwereld een rotte wereld is. Waar ziet u nog schoonheid?

“Er zijn nog mooie dingen. Ik weet sinds vandaag (gisteren, red.) dat Anthony Vanden Borre opgeroepen is voor de nationale ploeg. Wel, als je me vraagt naar mijn mooiste transfer ooit, dan zeg ik Anthony die vorig jaar terug naar Anderlecht kwam. Ik heb hem op zijn negentiende zien vertrekken naar Fiorentina voor vier miljoen euro. Zoveel jaar later stond hij voor mijn deur en zei hij dat hij geen voetballer meer was. Toen hij wegging, vroeg ik aan mijn vrouw wat ik moest doen. Ik wou mijn hand uitsteken.”

Dat was uw hart dat sprak en niet de manager van Anderlecht.

“Dat overstijgt inderdaad het voetbal. Vanden Borre was verloren voor het voetbal, maar nu mag hij misschien naar Brazilië. Bij andere dossiers ben ik zeker geen witte ridder, anders blijf je geen manager van Anderlecht. Er is wel een bepaalde lat waar ik niet onder ga. Soms moet je geweten zwaarder doorwegen dan een transfer. In de zaak-Hazard heb ik veel kritiek gekregen. Daar hadden we een grens bereikt. Een jongen die ’s morgens niet meer naar de training ging, die ’s avonds niet naar de Gouden Schoen zou gaan en de volgende dag een persconferentie zou geven in een koud en kil hotel. Dat kan je niet maken. En dan zal het misschien moeilijk zijn om kampioen te worden – al geven we het nog niet op -, maar oké, dat is de keuze die je maakt. Ik heb er alles aan gedaan, maar verder wilden we niet gaan. Weet je wat het is? Als manager moet je zo hard zijn tegen zo veel mensen, dat diegenen die met jou leven daar een beetje van profiteren. Mijn vrouw, kinderen en kleinkinderen kan ik niets weigeren. Gewoon omdat ik al de hele dag neen, neen, neen moet zeggen. Als je altijd moet knokken, heb je ook zin om mensen eens een plezier te doen.”

U moet waarschijnlijk ook hard knokken met de makelaars. Die hebben het voetbal toch steeds meer in handen?

“Ik ben blij dat ik daar eens kan op antwoorden. Er wordt dikwijls gezegd dat Van Holsbeeck de vriend van de makelaar is. Ik heb dat al eens op de raad van bestuur gezegd, waar toch vooral financiers zitten die het voetbalmilieu minder goed kennen. Ik vraag dan: ‘Weten jullie nog aan wie we Boussoufa hebben verkocht? Anzhi. Legear? Terek. Kanu? Terek. Mbokani? Kiev. Suárez ging normaal naar Spartak Moskou. Kouyaté kon naar Kiev, maar wou niet.’ De personen die voor die ongelooflijke transfergelden hebben gezorgd, worden daar natuurlijk voor vergoed. Wat is het probleem? Natuurlijk wordt de macht van die mensen alsmaar groter. En dan zijn er nog de investeringsmaatschappijen die eraan komen. Dat is de evolutie van het voetbal. Mensen met veel geld gaan naar clubs waar ze zaken kunnen doen.”

U bent een manager van een grote club, in een klein landje. Is dat niet frustrerend?

“Tegen Real Madrid zullen we niet meer winnen, tenzij misschien eens op de laatste speeldag van de poules in de Champions League, als ze met hun B-ploeg spelen. Mijn frustratie is eigenlijk dat ik in die Champions Leaguecampagnes meestal al na vijf minuten op mijn horloge moet kijken. Nog 85 minuten… De snelheid van uitvoering wordt alsmaar hoger. Dat is soms frustrerend, maar je kan niet alles hebben in het leven. Ik zou wel graag nog één keer de tweede ronde van de Champions League halen.”

Is dat wat u nog voortstuwt? Wat heeft u als manager nog te bewijzen?

“Ik doe het nog altijd graag. Als ik ’s morgens mijn das knoop, ben ik altijd tevreden dat ik naar mijn werk kan gaan. De grote poort hier op Neerpede gaat heel traag open. Als ik dan die letters ‘RSCA’ zie staan, zeg ik elke keer: ‘Verdorie, dat is toch ongelooflijk.’ Zelfs na elf jaar. Ik heb nog altijd die drive. Ik wil er nog altijd voor knokken. Als de spelers de volgende twee maanden even gemotiveerd zijn als ik, kunnen we nog kampioen worden. Dat heb ik hen ook gezegd. Dat is het voordeel van de play-offs. We zijn in de reguliere competitie vier keer eerste geëindigd. Wij zijn de enige ploeg die weet hoe het is om twaalf punten voorsprong verloren te zien gaan op één week tijd. Dat is stress. Een klop op het hoofd van iedereen. Standard verloor tegen Gent en we waren al aan het rekenen: twaalf punten voorsprong, dat zijn er eigenlijk maar zes. Nu spelen ze tegen Club Brugge. Als ze gelijk spelen, is het verschil nog vier en vijf punten. Dan zeg ik: ‘Heren, wij kunnen weer aan heel België laten zien: we are Anderlecht!'”

HILDE VAN MALDEREN ■

Gerelateerde artikels