Het Laatste Nieuws

Op het veld liep het de jongste weken niet zo goed bij Racing Genk, maar ernaast kende Thomas Buffel (33) alleen maar puur geluk. Zijn vriendin Stephanie (37) schonk hem een droom van een tweeling. Zeven jaar probeerde het koppel om zwanger te worden. Dat ging gepaard met veel ontgoochelingen en verdriet. Nu Fausto en Maceo er zijn, maken ze de feestdagen ten huize Buffel nog zaliger.

Thomas Buffel: ‘Veel mensen vonden het raar. Alsof voetballers geen problemen hebben’

Lorem ipsum dolor sit amet consectetur

Wat een mooi gezinnetje zijn die Buffels. Als we aankomen, is Thomas net de pamper van Fausto aan het verversen. Een mini-pampertje voor een mini-baby’tje. Stephanie houdt Maceo liefdevol vast. Een tweeling, dat is dubbel werk, maar zo te zien ook dubbel geluk.

“We hebben altijd kinderen gewild”, zegt Stephanie. “Als je op een bepaald moment tot de vaststelling komt dat het moeilijk zal worden, hou je ook rekening met een leven zonder. Ik wou heel graag zwanger zijn met de feestdagen, of écht een baby’tje hebben met kerst – en kijk, het is dat tweede geworden.”

Is de zwangerschap goed verlopen?

Stephanie: “Het was heel moeilijk, omdat ik enorm misselijk was. Niet alleen de traditionele ochtendmisselijkheid, maar echt een hele dag. Laat ons zeggen dat ik me van de negen maanden maar anderhalve maand redelijk goed heb gevoeld. Op het eind kon ik nog nauwelijks slapen. Eentje zat heel laag en duwde op mijn blaas, waardoor ik constant naar het toilet moest. En dan was er nog de jeuk door de galzouten. Dat is de reden waarom ze zo vroeg geboren zijn (op vrijdag 22 november, red.). Hun hartjes konden stoppen met kloppen door de opeenstapeling van die galzouten in mijn lichaam. Het is nochtans iets dat zelden voorkomt. De gynaecoloog heeft op een bepaald moment een onderzoek laten doen. Ze belde me die vrijdag om drie uur om te zeggen dat ik meteen moest binnenkomen. Dezelfde dag om halfzeven zijn ze geboren.”

Thomas was om drie uur nog aan het trainen. Heb je schrik gehad dat hij er niet op tijd zou bij zijn?

Stephanie: “Tuurlijk. Ik kon hem ook niet meteen bereiken. Uiteindelijk heb ik de clubdokter (Stijn Indeherberge, red.) gebeld. We hadden afgesproken dat de clubdokter en de teamafgevaardigde altijd bereikbaar zouden zijn. Dus Thomas wist dat als Stijn teken deed, het zover was. Vanaf een bepaald moment moet je er rekening mee houden dat het kan komen. En ik wist sowieso dat de kans groot was dat ze vroeger zouden worden geboren. Ze waren al 34 weken, dus dat was zeker oké.”

HHH

Thomas passeert even in de woonkamer met Fausto op zijn schouder. “Ze heeft me maar zéven keer proberen bellen”, zegt hij met de glimlach.

Stephanie: “Omdat ik dacht dat de training vroeger was. Hij is uiteindelijk om vijf uur in het ziekenhuis aangekomen.”

HHH

De volgende dag heeft Thomas alweer meegespeeld tegen Oostende.

Stephanie: “Dat zijn twee gevoelens die door elkaar lopen. Je weet nooit dat er nog iets gebeurt met de kindjes. Je zit echt op een emotionele rollercoaster en dan is dat voetbal toch een ander stuk van je leven. Plots was het back to reality. Voor hem was het lastiger, denk ik, want hij is maar heel kort bij de kleintjes kunnen blijven. Hij moest de volgende dag al naar de andere kant van het land. Ach, dat hoort bij ons leven. Ik kon ook niet de hele tijd bij hen zijn, want ze lagen in de couveuse, dus je kan ze niet pakken. Toen ik zag dat de match tegen Oostende niet denderend verliep (Genk verloor die avond met 4-0, red.) dacht ik wel: je had even goed hier kunnen blijven. Het kwam ongelegen, maar ja.”

En voetballers hebben natuurlijk geen vaderschapsverlof.

Stephanie: “Ze kunnen dat opnemen hoor, maar dat doe je eigenlijk niet. Al heeft Bjorn De Wilde het indertijd wel gedaan.”

De competitie ging intussen gewoon door. Hoe regelden jullie dat?

Stephanie: “Thomas slaapt meestal twee, maar toch zeker één nacht voor de match in de logeerkamer. En overdag zien we hoe het uitkomt. Ik heb een structuur van voedingen en verzorgingen die ik graag aanhoud en als Thomas op tijd thuis is van de training kan hij daarbij helpen. We zijn een goed team. Het gaat vlot. Ik heb hem ook gezegd dat het de eerste maanden zwaar zou worden. Dus als hij dat nodig zou vinden, mag hij van mij gerust de nacht voor een match op hotel gaan slapen. Ik ben niet de vrouw die vindt dat hij iedere keer ’s nachts mee moet opstaan.”

HHH

Thomas volgt het gesprek vanuit de zetel, waar Fausto op zijn schoot ligt te genieten. “Ze hebben vier weken in het ziekenhuis gelegen, dus de verpleegsters hebben ons alles goed aangeleerd. Dat is dan het voordeel geweest dat ze zo lang moesten blijven.”

HHH

Ben jij nu veel vermoeider?

Thomas: “Met de geboorte wel. Dat was toen net een week van drie matchen.”

Stephanie: “En er moest zoveel geregeld worden.”

Thomas: “Geboortekaartjes, doopsuiker enzovoort. Dat was zwaar en toen heb ik me wel eventjes minder fris gevoeld. Dat kwam niet alleen door de bevalling – ook gewoon door de vele wedstrijden na elkaar.”

Stephanie: “Het kwam ook allemaal op hem terecht. Ik ben bevallen met een keizersnede, dus in het begin kon ik niet zoveel doen. Fausto en Maceo moesten de eerste weken ook nog in het ziekenhuis blijven. Dat betekent dat je op en af moet rijden. Ik denk dat het voor Thomas mentaal lastiger was dan lichamelijk, want hij kon niet zo vaak bij hen zijn door de trainingen en de wedstrijden.”

Jullie hebben er nooit een geheim van gemaakt dat het moeilijk was om zwanger te worden, maar zeven jaar proberen, dat is echt heel lang.

Stephanie: “Ik had wel een soort deadline gezet. Als ik in december 2013 niet zwanger was geweest, had ik me neergelegd bij een leven zonder kinderen. Ik weet niet of ik dat zou hebben doorgezet, maar het werd te veel.”

Thomas: “Het was ook vooral om niet weer die ontgoocheling mee te maken na altijd die hormonen, die pillen, die spuiten.”

Stephanie: “Je moet op een bepaald moment beslissen: stop je ermee of ga je verder? Je kan daar eindeloos in doorgaan, als je wil.”

Zijn er momenten geweest dat jullie het echt niet meer zagen zitten?

Stephanie: “Het was zwaar, maar we hebben ons daar vrij goed doorheen geslagen. We hebben natuurlijk moeilijke momenten gehad. Er is ontgoocheling geweest, en verdriet. Maar het is niet zo dat ik zeven jaar aan een stuk iedere maand een IVF-poging ondernomen heb. We begonnen pas aan een volgende poging als we weer rust hadden en we ons sterk genoeg voelden. Zo heb ik in de zomer van 2012 een pauze ingelast. Ik wou er even niet meer aan denken en ook eens op een terras iets kunnen drinken. Onze omgeving was wel iedere keer een grote steun, al hebben we het op de duur niet meer gezegd. Zo werd de confrontatie minder groot, omdat de mensen dan toch vragen: en?”

Jullie zijn bekend. Spraken de supporters jullie niet aan met de vraag of er kinderen kwamen?

Stephanie: “Dat viel mee. Ik denk dat we ooit wel eens ergens gezegd hebben dat de natuur ons niet meezat. Dan merk je dat de mensen daar vrij discreet over blijven. Weet je, het kan ons ook overkomen hé. Voor veel mensen klonk dat raar. Alsof voetballers immuun zijn voor alle problemen.”

Jullie hebben financieel een comfortabel leven; Thomas verdient goed. Besef je dan dat je met geld toch niet alles kan kopen?

Stephanie: “Daar ben ik het niet helemaal mee eens. Vruchtbaarheidsbehandelingen kosten veel geld. Dan moet je financieel iets kunnen om je droom waar te maken. De rekeningen kwamen vlot binnen: bloedafnames, doktersbezoeken, opnames in het ziekenhuis. Als je financiële problemen hebt en je kan geen kinderen krijgen, heb je eigenlijk een dubbel probleem. Ofwel raak je verder in de financiële problemen, ofwel moet je je droom om mama of papa te worden opgeven.”

Stel dat Thomas straks een aanbod uit het buitenland krijgt. Kan zo’n verhuis, of is dat uitgesloten?

Stephanie: “Tuurlijk kan dat. Deze zomer was er nog sprake van Turkije. Ik zou zeker mee verhuizen. (Tegen Maceo) We gaan niet achterblijven hé. Ofwel gaan we samen, ofwel niet.”

Thomas: “Maar het zal wel niet meer komen.”

Stephanie: “Zolang ons gezin samenblijft, kunnen die kleintjes heel veel aan.”

Ook als het gaat om – ik zeg maar iets – Rusland?

Stephanie: “Wat moet je dan doen? Met hen eens een weekend gaan? Is dat dan niet even lastig? Het is beter om meteen de hele vloot mee te pakken. Ik maak niemand zijn rekening, maar alleen achterblijven, zo zit ik niet in elkaar. Als je nog maar een half seizoen niet samenwoont, is dat al genoeg om uit elkaar te groeien.”

Ik hoorde dat je er al naar uitkijkt om weer te gaan werken?

Stephanie: “Ik ben zelfstandige en verdeel Italiaanse juwelen van het merk Rebecca. Verder was ik ook aan het samenwerken met Kirsten Lucrezi van het merk Good on Heels om de verkoop in België te doen en wat mee te ontwerpen. Het is de bedoeling om dat volgend jaar weer op te pikken – eerst wat genieten van mijn zoontjes. Maar ik wil zeker weer beginnen werken. Zij zullen drie dagen naar de crèche gaan. Ik wil niet alles wat ik opgebouwd heb zomaar tenietdoen. Er zijn zoveel moeders die werken. Waarom zou ik het niet kunnen? Het zal wat organisatie vragen, maar ik wil ook iets voor mezelf.”

Ik zeg het niet graag, maar je weet dat het cliché gaat dat voetbalvrouwen niets doen.

Stephanie: “Over wie hebben ze het dan? Ik ken maar weinig Belgische voetbalvrouwen die niet werken. Is huismoeder zijn trouwens niets doen? Er zijn toch ook vrouwen van dokters en notarissen die thuis blijven voor het huishouden? En wat moeten buitenlandse spelersvrouwen doen? Ik heb het meegemaakt toen Thomas in Schotland speelde. Ik heb voor maatschappelijk assistente gestudeerd, maar sprak gebrekkig Schots. Dan staan ze echt niet te springen om je aan te nemen hoor. Een vriendin van één van Thomas’ collega’s vertelde me ooit dat ze graag financieel onafhankelijk wou blijven als haar vriend naar het buitenland zou gaan spelen. Ik heb haar toen gevraagd hoe ze dat dan wel wou doen? Solliciteren, antwoordde ze. Ah ja, en als het Spanje wordt en je kent de taal niet? Daar sta je dan met je wens om financieel onafhankelijk te blijven. Oké, voetbalvrouwen gaan misschien niet fulltime werken, maar ik denk dat we thuis genoeg doen om ervoor te zorgen dat onze mannen presteren op het veld. Dat is net zo belangrijk. Mensen mogen dat allemaal denken hoor, als ze zich daar gelukkiger bij voelen. Naar mijn mening is dat een stukje jaloezie. Eigenlijk willen ze daarmee zeggen dat ze dat ook wel zouden willen en vinden ze het vervelend dat zij wel fulltime moeten gaan werken.”

Jullie zijn al lang samen en nog niet getrouwd. Gaat dat er nog van komen?

“In november waren we veertien jaar samen. Als het er ooit van komt om te trouwen, dan moeten Fausto en Maceo oud genoeg zijn om het te beseffen.”

Veertien jaar, dat is lang. Tegenwoordig gaan koppels snel uit elkaar. Jullie gaan tegen de trend in.

“Ha, maar aan die trend doen wij niet mee (lacht).”

HILDE VAN MALDEREN

Gerelateerde artikels